Het voetbal in Nederland staat onder druk. Hoewel er meer voetballers zijn dan ooit, worden de kleine verengingen steeds kleiner. Zeker in dorpen in Groningen en Drenthe. Voor hen is het enorm lastig om teams te kunnen laten voetballen. Maar hoe gaan zulke verenigingen met deze (veranderende) situatie om?
In de provincies Groningen en Drenthe zijn bijna tweehonderd verenigingen, waarvan het gros bestaat uit dorpsverenigingen. Juist voor hen is het lastig om leden te behouden en nieuwe leden aan te trekken. Wat zijn problemen waar zij mee te maken hebben? Is er überhaupt nog voldoende interesse om te gaan voetballen of weegt het sporten in teamverband (en de randzaken daarom heen) te zwaar tegen de opbrengsten? In onderstaande verhalen wordt je meegenomen in het wel en wee van dorpsamateurverenigingen in de provincies. Willen de kleine verenigingen graag klein blijven of zijn er plannen om de volgende stap te zetten?





