,,Het gaat, maar nog maar net,’’ geeft voorzitter Henk Nijland van vv DVC’59 uit Nieuw-Dordrecht aan als hem wordt gevraagd naar hoe hij en zijn bestuur de vereniging overeind houden.
,,Het wordt natuurlijk steeds moeilijker om de boel bij elkaar te houden, zeker met de jeugd. Ik denk dat we nog wel een paar jaar vooruit kunnen maar de andere verenigingen in de buurt hebben het beter.’’ Daarmee doelt Nijland naast een groter ledenbestand ook op de accommodaties van (buur)verenigingen. vv DVC’59 beschikt niet over een kunstgrasveld en heeft ook geen verlichting rond het hoofdveld.
Sowieso krijgt DVC ’59 minder aanmeldingen van spelers, wat in sommige situaties kan leiden tot vervelende situaties volgens Nijland. ,,Het voortbestaan van het JO12 team hangt aan een zijden draadje. Nu stopte er weer een speler waardoor het allemaal heel erg lastig wordt. Misschien vinden we wel weer een nieuwe speler door rond te vragen op scholen en dergelijke, maar het vraagt enorm veel actie van ons.’’
In Groningen en Drenthe zijn deze, of soortgelijke problemen niet zeldzaam. Vooral in (kleine) dorpen spelen deze problemen. De kleinere verenigingen kunnen door verschillende redenen niet meer de vereniging in stand houden zoals deze voorheen was. Mensen vertrekken uit de dorpen vanwege een gebrek aan voorzieningen. En als een buurtvereniging die groter is een mooiere of betere accommodatie heeft kiezen mensen ervoor om zich hier in te schrijven.
Een kort lesje aardrijkskunde en demografie
Dat verenigingen uit (kleine) dorpen minder leden hebben is niets bijzonder. Het is logisch te verklaren door demografie. Hoe meer inwoners een plaats heeft, hoe meer voorzieningen er zijn. Dit gegeven geldt ook andersom: als er voorzieningen zijn, blijft er vraag voor wonen, werken en hobbyen. In de dunbevolkte gebieden is dat natuurlijk anders: hoewel er meer sprake is van dorpse culturen en er meer onderlinge binding met de regio is, hebben deze gebieden (weliswaar regionaal verschillend) te maken met onder andere brain drain. Jonge, hoogopgeleide mensen trekken naar de stad omdat daar (grotere) kansen liggen voor een opleiding of een baan.
Dit kan ertoe leiden dat voorzieningen, zoals sportverenigingen niet meer voldoende leden hebben om voort te bestaan. Verder spelen zaken zoals individualisatie ook een rol. In Nederland wordt er van iedereen verwacht (versimpeld) dat hij of zij zich zelfstandig kan redden/voor zichzelf kan zorgen. Het ontwikkelen van het individu is cruciaal in de individualisatie. Hierbij ‘vervalt’ de rol van binding en betrokkenheid bij de eigen regio of woonplaats.
Natuurlijk is de individualisatie niet overal dusdanig aanwezig. Vooral in regio’s waar er een grote mate van binding met de regio is, is de individualisatie (nog) niet volledig ingetreden. Denk hierbij aan Zuid-Limburg, grote delen van Zeeland, de Achterhoek, Twente, Fries sprekend Friesland en bepaalde regio’s in Groningen en Drenthe.
Luiden verenigingen dan ook de noodklok?
Veel verenigingen uit Groningen en Drenthe gaven in een vorig jaar verspreidde enquête dat er zorgen zijn over het bestaansrecht van de vereniging. Nieuwe leden en vrijwilligers komen niet meer aanwaaien. Zonder vrijwilligers (en spelers natuurlijk) kan een vereniging niet overeind blijven, zeker niet als het om een kleine (dorps)vereniging gaat.
Staan verenigingen in nood er dan helemaal alleen voor? Nee, dit is niet het geval. De voetbalbond biedt hulp aan verenigingen die hier behoefte aan hebben. ,,We proberen zo vroeg mogelijk te signaleren waar verenigingen onder druk komen te staan,’’ zo meldt Tom Elbersen, persvoorlichter namens de voetbalbond. ,,Dit doen we aan de hand van data over demografie, ledenontwikkeling en regionale trends. Indien een vereniging zélf ervaart dat er sprake is van nood, dan sluiten we direct aan.’’
Natuurlijk ziet een vereniging zelf eerder noodzaak dan de voetbalbond. Toch lijkt het erop dat de reikende hand van de KNVB niet ver reikt. Mits je zelf aan de bel trekt, dan wordt er actie ondernomen. Hier is natuurlijk wat voor te zeggen maar het versterkt het gevoel onder leden dat de KNVB niet erg meedenkend is.
Landelijke voetbalbond is passief, zijn lokale instanties actiever?
De landelijke voetbalbond heeft dus een passieve rol in het ondersteunen van verenigingen. Op lokaal niveau zou de aandacht beter verdeeld zou kunnen worden over de verenigingen. Iedere provincie heeft een ‘eigen’ organisatie die zich focust op het in stand houden van verenigingen en hulp biedt aan verenigingen waar dat nodig is. Erwin Bloeming is verenigingsadviseur namens Huis voor de Sport Groningen (HVDSG). Hij geeft aan dat verenigingen vaak pas laat hulp inschakelen. ,,Voor urgente zaken trekken verenigingen aan de bel. In feite gaat het altijd om de financiën en leden- en vrijwilligerswerving. Veel clubs leven ook per dag; er zijn amper verenigingen die een beleidsplan hebben.’’
,,Wat we altijd proberen is om de vereniging in leven te houden. Zeker voor de kleine dorpen, waar al zoveel is verdwenen, is een vereniging heel belangrijk. Als onze hulp wordt ingeschakeld dan helpen we met het opstellen van beleids- en toekomstplannen. Hierdoor, maar ook door samenwerken met andere verenigingen lukt het de verenigingen vaak om alles krampachtig in stand te houden zodat de vereniging kan blijven bestaan.’’
Sport Drenthe is de Drentse tegenhanger van HVDSG. Verenigingsadviseur Anne Prins herkend de verhalen van zijn collega. Hij geeft verder aan dat de problemen bij verenigingen en kunst en cultuurverengingen structureel hetzelfde zijn; ook bij andere sporten. ,,Verenigingen geven altijd drie dezelfde problemen aan: leden, financiën en vrijwilligers. Dit is al twintig jaar hetzelfde en zal ook nog zo lang blijven. Het is vaak ook het geval dat verenigingen niet weten wat ze verkeerd aanpakken. Na de cursussen haalt iedere vereniging, groot of klein, profijt uit de verkregen hulpmiddelen.’’
Hoe zit het met andere verenigingen; de niet voetbalverenigingen?
Zoals Anne Prins van Sport Drenthe ook aangeeft: verenigingen ervaren problemen met het werven en behouden van leden. Dat blijkt ook uit cijfers van het Nationaal Sportonderzoek, uitgevoerd in het voorjaar van 2017 en 2024. Waar in 2017 50% van de respondenten aangeeft het liefst in verenigingsverband te sporten, is dat percentage in 2024 gedaald tot 38%. Aan de andere kant is de groep sportdeelnemers die aangeeft zonder begeleiding te sporten in zeven jaar gestegen van 23% naar 38%.
Wat doen de verenigingen zelf?
Verenigingen hebben dus de mogelijkheid om aan te kloppen bij andere instanties om advies in te winnen en hulp in te schakelen. Maar dan rest de vraag; wat doen verenigingen zelf al om een leegloop van spelers/leden tegen te gaan? Zijn er verenigingen die met de handen in het haar zitten omdat het erop lijkt dat de club moet vrezen voor het bestaansrecht of levert het juist ook positieve dingen op dat een vereniging ‘klein’ blijft?

Plaats een reactie