Om beter te begrijpen én erachter te komen hoe verenigingen zelf aankijken tegen de veranderende maatschappij en de invloed die dat heeft op het amateurvoetbal, is er in het voorjaar van 2025 een enquête (door mijzelf) verspreid onder dorpsvoetbalverenigingen in Groningen en Drenthe.
De enquête is verstuurd naar alle verenigingen die aan een tweetal criteria voldoen:
- De vereniging is afkomstig uit een dorp: steden en grote plaatsen zoals bijvoorbeeld Groningen, Assen, Hoogeveen en Winschoten zijn uitgesloten.
- Het eerste elftal van de vereniging speelt in de derde klasse of lager.
De vragenlijst is per email verspreid. Daarnaast heb ik telefonisch contact opgenomen met verenigingen om hen aan te moedigen de enquête in te vullen. In totaal zijn er veertig verenigingen die de vragenlijst hebben ingevuld.
De centrale vraag die voorafgaand is opgesteld en is beantwoord luidt: ‘Hoe stimuleren dorpsvoetbalverenigingen haar leden om te blijven voetballen, hoe werven zij tegelijkertijd nieuwe leden, en hoe effectief schatten zij hun eigen maatregelen in?’
De belangrijkste gegevens vond ik persoonlijk of de vereniging genoeg perspectief om door te gaan. De resultaten op deze vraag zijn onderstaand te vinden.

Zoals te zien geeft (net) iets meer dan de helft van de verenigingen aan dat zij over tien jaar nog bestaan. De twijfelgevallen geven aan dat er door mogelijke fusies, verminderende gemeentelijke (financiële) steun en het minder in trek zijn van teamsporten het voorbestaan van de vereniging niet zeker is. Wat ik ook opvallend vond is dat er zeven verenigingen zijn die er vrij zeker van zijn dat hun vereniging niet meer bestaat over een decennium.
Redelijk samenhangend met de eerste kwestie is de gezondheid van de jeugdopleiding van verenigingen. Vanuit de jeugd worden de seniorenteams, met name het eerste elftal, gevuld met spelers. Ook hier hebben respondenten antwoord opgegeven.

Ook hier zijn er verenigingen die aangeven dat het allemaal op het randje is. Dit geeft aan dat er zeker problemen zijn bij de verenigingen. De situatie is per vereniging natuurlijk verschillend, maar het zegt wel iets.
Als laatst voeg ik de conclusie van het onderzoek toe. Hierin worden de uitkomsten semi-beknopt besproken en wordt opgemaakt hoe de situatie bij de participerende verenigingen is. Wil je het gehele onderzoek inzien of bekijken? Neem dan contact op per mail op marco.kuiper1234@gmail.com
Conclusie onderzoek: Hoe stimuleren dorpsvoetbalverenigingen haar leden om te blijven voetballen, hoe werven zij tegelijkertijd nieuwe leden, en hoe effectief schatten zij hun eigen maatregelen in?
Om ervoor te zorgen dat verenigingen haar leden behouden blijven voetballen bieden verenigingen veelal gezelligheid, plezier en activiteiten. Er is in de benadering en behandeling van het stimuleren van de leden een verschil tussen senioren en junioren/pupillen. Ongeveer de helft van de verenigingen maken geen onderscheid tussen de senioren en de jeugd terwijl het resterende deel aangeeft wél verschil maakt hierin, als in de vorm van verschillende activiteiten voor de leeftijdscategorie.
Bij het werven van nieuwe leden maken de verenigingen veelal gebruik van de aanwezigheid van één of meerdere scholen. Verder spelen sociale media en mond tot mondreclame een grote rol om de vereniging zichtbaar te maken naar leden en niet-leden. Ook wordt er nog steeds door middel van flyeren gepoogd om mensen actief te laten worden bij de voetbalvereniging. Voor jeugdleden worden ook proeftrainingen of clinics ingezet.
Verenigingen kijken ook (kritisch) naar hun eigen handelen met betrekking tot ledenwerving. Inhoudelijk wordt er niet erg kritisch ingegaan op het eigen handelen (dat is een misschien een logisch gevolg van de vraagstelling), maar toch geeft een kwart van de respondenten aan dat de al getroffen maatregelen (nog) niet goed genoeg zijn. Een derde geeft aan dat de maatregelen goed zijn en de vruchten ervan worden geplukt.
De getrokken conclusies die na afloop van het onderzoek naar voren komen zijn in zekere zin net zoals of in gelijke strekking met wat ik als onderzoeker vooraf had gedacht. Iets wat in de resultaten niet naar voren kwam is of er ook daadwerkelijk een terugloop in leden is. Er is in de enquête wel degelijk een vraag gesteld of het ledenaantal is toe- of afgenomen, maar de resultaten varieerden dusdanig dat er geen conclusie mogelijk is. Het verschilt echt per vereniging of het ledenaantal is toegenomen of afgenomen. In de meeste gevallen gaven verenigingen aan te maken te hebben met een lichte daling of lichte stijging; in het geval van stijging is dit positief en in het geval van een daling is de neerwaartse conjunctuur (nog) niet zorgwekkend.
Het beeld dat door de media wordt geschetst lijkt dus niet te kloppen; er is bij verenigingen nog steeds sprake van een ledentoename, terwijl de lichte daling zoals benoemd nog niet meteen reden voor paniek zou moeten zijn.
Daarnaast zijn verenigingen zeker wel actief in het stimuleren van eigen leden om te blijven voetballen. Sociale redenen zijn hiervoor belangrijk; verenigingen gaven aan dat gezelligheid, plezier en een goede sfeer belangrijk zijn voor de club zelf. Op die manier zitten mensen sneller en beter op hun plek bij betreffende vereniging.
In het werven van leden is de situatie ongeveer gelijk. De vergaarde antwoorden liggen dan ook in de vooropgestelde verwachting. Sociale media wordt steeds belangrijker terwijl de ‘ouderwetse’ manieren zoals flyeren minder populair worden maar zeker nog gebruikt worden.
Betreffende de laatste deelvraag waren de resultaten toch iets anders dan verwacht. Uit eigen ervaring is bekend dat er een soort tendens hangt over het (openbaar) bespreken van wel en wee binnen voetbalverenigingen. Vele verenigingen laten niet het achterste van hun tong zien en die indruk kreeg ik uit de resultaten ook. Natuurlijk is het voor de respondenten een recht om niet alles prijs te geven maar het is in kader van het onderzoek wel zonde omdat er zoveel manieren zijn waarop verenigingen (niet uitsluitend voetbalverenigingen) van elkaar kunnen leren.
Per vereniging is er natuurlijk veel meer te vertellen over manieren van werven, behoud en reflectie. Inhoudelijk komt dat echter niet terug in het onderzoek gezien de vragen daar te basaal voor zijn. Als er wordt ingezoomd op een bepaalde vereniging dan worden overeenkomsten en verschillen nóg duidelijker.
Dit nodigt uit voor een extra, nieuw onderzoek die meer gefocust is op een specifieke vereniging in plaats van een grootschaliger onderzoek verspreid over meerdere verenigingen.

Plaats een reactie